|
MelanomenBehandeling van melanomenChirurgische verwijderingDe verdachte plek wordt onder plaatselijke verdoving met een marge van enkele millimeters tot enkele centimeters uitgesneden. Het verwijderde weefsel wordt door de patholoog onderzocht. Blijkt het inderdaad te gaan om een melanoom, dan wordt de dikte opgemeten. De kans dat een melanoom zich heeft uitgezaaid, houdt namelijk direct verband met de groeidikte ervan. Dat wil zeggen dat hoe dikker het melanoom is (meer dan 3 mm), hoe groter de kans is op uitzaaiingen; dit wordt de Breslow-dikte genoemd. De meeste melanomen behoren tot het oppervlakkige type; dit wil zeggen dat ze relatief groot zijn maar nog niet diep in de huid groeien. Tweede chirurgische verwijderingIs de dikte van het melanoom bekend, dan vindt er opnieuw operatieve verwijdering van de betreffende plek plaats. Rond de plaats waar het verwijderde melanoom zich bevond, kunnen zich namelijk nog kankercellen bevinden, die de basis vormen voor een uitzaaiing. Blijkt het om een dun melanoom (dunner dan 2 mm) te gaan, dan wordt aan beide kanten van het litteken nog eens 1 cm weggesneden. Bij een melanoom van meer dan 2 mm wordt een marge van 2 cm aangehouden. LymfeklieronderzoekOmdat uitzaaiingen meestal in de lymfeklieren zitten, richt de aandacht zich bij een diagnose ‘melanoom dikker dan 2 mm’ op de schildwachtklier. De schildwachtklier is de eerste klier waar het lymfevocht doorheen stroomt, en is dus ook de eerste klier die uitzaaiingen bevat. Er kan ook sprake zijn van meerdere schildwachtklieren; deze worden dan als één geheel behandeld. Verdachte schildwachtklieren worden in de meeste gevallen verwijderd om nader te worden onderzocht. Blijkt de schildwachtklier inderdaad uitzaaiingen te bevatten, dan vindt er aanvullende behandeling plaats. Dit is in een klein aantal gevallen aan de orde. Aanvullende behandelingBij uitzaaiingen kunnen er afhankelijk van de plaats van de metastase meerdere operaties nodig zijn. Bij een uitzaaiing elders in of op het lichaam kan gekozen worden voor de volgende behandelingen:
BestralingBestraling is gericht op één enkele tumor. Als er op verborgen plaatsen nog andere tumoren zijn, worden die dus niet meebehandeld. Bestraling vindt daarom vooral plaats wanneer een patiënt last heeft van een melanoom of metastase of als aannemelijk is dat dit binnenkort gaat gebeuren. ChemotherapieOok chemotherapie is van weinig waarde bij de behandeling van uitzaaiingen van huidkanker. Chemo wordt in bepaalde gevallen ingezet om tijdelijk verlichting te geven. ImmunotherapieMomenteel wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van medicijnen die de afweerreactie tegen kankercellen vergroot. Immunotherapie is echter geen op zichzelf staande behandeling bij melanomen. Wel wordt deze behandeling ingezet om het verloop van de ziekte te beperken. ControlesNa de behandeling van een melanoom wordt de patiënt vijf tot tien jaar onder controle gehouden. Daarbij wordt in het algemeen het volgende controleschema aangehouden:
In geval van een dik melanoom kan de controlefrequentie hoger zijn. (advertenties)
|
(advertenties)
Alle MediStart websites
|
